Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
26 november 2024.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 13 oktober 2023, waarin het hof het beroep op noodweerexces verwierp. Verdachte werd verdacht van poging tot doodslag door een ander met een mes in de linkerborst, het hart en de linkerarm te steken.
Het cassatieberoep richtte zich op de vraag of het hof de verwerping van het beroep op noodweerexces voldoende had gemotiveerd. De advocaat-generaal concludeerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet tot vernietiging van het arrest konden leiden en dat het niet nodig was om inhoudelijk op de vragen in te gaan, omdat deze niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De Hoge Raad bevestigde daarmee het oordeel van het hof en wees het cassatieberoep af. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, tijdens een openbare terechtzitting op 26 november 2024.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de verwerping van het beroep op noodweerexces door het hof.