ECLI:NL:HR:2024:1695

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 november 2024
Publicatiedatum
19 november 2024
Zaaknummer
22/02425
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 311 lid 1 sub 4 SrArt. 5.2 Wet ROArt. 6.2 Wet ROArt. 81 lid 1 Wet RO
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt medeplegen diefstal parasols tennisclub zonder vernietiging hofuitspraak

De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte die werd veroordeeld voor medeplegen van diefstal van parasols van een tennisclub. Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch had de verdachte schuldig bevonden en veroordeeld op grond van artikel 311 lid 1 sub Pro 4 van het Wetboek van Strafrecht.

De verdediging voerde in cassatie meerdere klachten aan, waaronder een bewijsklacht en een onvolkomenheid bij de beëdiging van één of meer raadsheren van het hof. De Hoge Raad heeft deze klachten beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof.

De Hoge Raad heeft geen nadere motivering gegeven omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. Het cassatieberoep is derhalve verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.

De uitspraak werd gedaan op 19 november 2024 door de Strafkamer van de Hoge Raad, onder voorzitterschap van vice-president M.J. Borgers en met raadsheren A.L.J. van Strien en F. Posthumus.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/02425
Datum19 november 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 4 juli 2022, nummer 20-001263-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.J.N. Vermeij, advocaat in 'sGravenhage, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De plaatsvervangend advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
19 november 2024.