2.3De bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:
“
1. Het proces-verbaal van aangifte d.d. 11 juni 2020, met bijlage goederen, (…) voor zover inhoudende als verklaring van aangever [aangever] namens Tennisclub [A] te [A] :
Ik ben als toezichthouder van het sportcomplex verbonden aan de Tennisclub [A] en als zodanig aangewezen en bevoegd tot het doen van aangifte namens het slachtoffer.
Gisteren (het hof begrijpt: 10 juni 2020) zijn de parasols geplaatst op het terras van de kantine (het hof begrijpt: de kantine van Tennisclub [A] ). Vanmorgen omstreeks 11.00 uur (het hof begrijpt: 11 juni 2020) wilde ik gaan controleren of de palen nog stevig stonden en daarom was ik naar de tennisclub gegaan. Toen ik daar kwam zag ik dat de parasols er niet meer stonden. De parasols zijn tussen gisterenavond (het hof begrijpt: 10 juni 2020) 22.00 uur en vanmorgen (het hof begrijpt: 11 juni 2020) tussen 10.00 uur en 11.00 uur gestolen. Het gaat om twee blauwe parasols van het merk Bavaria.
Aan niemand werd het recht of de toestemming gegeven tot het plegen van het feit
2. Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 11 juni 2020, (…), voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 1] , [verbalisant 2] , [verbalisant 3] en [verbalisant 4] :
Op donderdag 11 juni 2020, omstreeks 08.00 uur, waren wij, verbalisanten [verbalisant 2] , [verbalisant 4] , [verbalisant 3] en van [verbalisant 1] , tezamen met andere collega's doende met een onderzoek naar diefstallen in het buitengebied met verdachte [betrokkene] . Het was ons bekend dat verdachte [betrokkene] , al rijdende in een bestelbus van het merk Renault, type Master, kleur wit voorzien van het Nederlandse kenteken [kenteken] door het bewakingsgebied van Brabant reed. Wij kregen portofonisch te horen dat de bestelbus gestopt was op de [a-straat 1] te [plaats] .
Ik, verbalisant [verbalisant 1] , heb voornoemde bestelbus gevolgd tot aan de [b-straat] . Aldaar zag ik dat deze bestelbus gestopt was op de parkeerplaats bij de aldaar gelegen sportvereniging. Ik zag dat er een persoon met een bril op de bestuurdersstoel zat. Ik zag dat verdachte [betrokkene] buiten de bestelbus liep en aan de poort van de sportvereniging voelde. Ik zag dat verdachte [betrokkene] vervolgens aan de bijrijderszijde in de bestelbus stapte. Ik zag dat de bestelbus vervolgens weer weg reed.
Kort hierna kreeg ik, [verbalisant 1] , van een collega een foto van de bewoner van de [a-straat 1] te [plaats] , dit betrof [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1962 te [plaats] . Ik, verbalisant van [verbalisant 1] , herkende de voornoemde persoon op de bestuurdersstoel voor honderd procent als de hierboven genoemde [verdachte] .
Ik, verbalisant [verbalisant 3] , zag dat de bestelbus weg reed in de richting van de [weg 1] te [plaats] . Ik ben de bestelbus gevolgd en zag dat deze vervolgens via de [weg 2] - [weg 3] uit kwam op [weg 4] te [A] .
Aldaar ter hoogte van huisnummer [weg 4] zag ik dat de bestelbus stopte. Ik zag dat verdachte [betrokkene] op het terrein naast de woning liep. Ik zag dat de mij bekende verdachte [verdachte] op de bestuurdersstoel van de bestelbus zat. Ik zag kort hierna weer dat de bestelbus weg reed bij de woning.
Hierna hebben wij verbalisanten voornoemde bestelbus losgelaten.
3. Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 12 juni 2020, (…), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 5] :
Op donderdag 11 juni 2020 was ik belast met het live monitoren van een niet registrerend technisch opsporingsmiddel om de bij de verdachte [betrokkene] in gebruik zijnde bestelauto van het merk Renault, type Master met kenteken [kenteken] (het hof begrijpt uit alle overige informatie in het politiedossier dat dit een verschrijving is en dat kenteken [kenteken] wordt bedoeld), kortstondig te monitoren en te volgen.
Ik zag tijdens het monitoren dat het genoemde voertuig op donderdag 11 juni 2020 omstreeks 10.30 uur op de [c-staat 1] te [A] reed en hier enige tijd stil stond. Dit is het terrein van de Tennisclub [A] . Ik zag dat het voertuig om 10.50 uur weer in beweging kwam en ging rijden. Ik zag dat het voertuig omstreeks 11.15 uur stil stond ter hoogte van de [d-straat 1] te [plaats] . Het is mij ambtshalve bekend dat [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1962, op de [a-straat 1] te [plaats] woont. Ik zag dat het voertuig omstreeks 11.45 uur weer in beweging kwam en ging rijden. Ik zag dat het voertuig omstreeks 11.48 uur ter hoogte van de [e-straat 1] te [plaats] stopte. Ik zag op de plattegrond dat dit op een bedrijventerrein is waar verschillende loodsen liggen. Ik zag dat het voertuig omstreeks 11.55 uur weer in beweging kwam. Deze informatie is doorgegeven aan de opvallende politiepatrouille die naar de genoemde tennisclub zijn gegaan. Ter plaatse bij de tennisclub bleek dat hier een paar parasols waren weggenomen. De opvallende politiepatrouille heeft ter plaatse een aangifte opgenomen.
4. Het proces-verbaal van bevindingen, met als bijlage foto's, d.d. 11 juni 2020, (…), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 6] :
Op 11 juni 2020 was ik belast met de noodhulp voor de gemeente [plaats] . Ik had dienst samen met collega [verbalisant 7] . Omstreeks 11.44 uur kreeg ik van de meldkamer te horen dat er twee parasols waren weggenomen bij een tennisvereniging in [plaats] . Ik hoorde dat bij de diefstal een witte Renault Master was gebruikt, voorzien van kenteken [kenteken] . Ik hoorde dat het voertuig reed ter hoogte van de [f-straat 1] in [plaats] . Ik en mijn collega reden over de [f-straat ] in [plaats] . Ik zag de witte Renault Master voorzien van kenteken [kenteken] rijden over de [f-straat ] te [plaats] . Ik gaf de bestuurder van het voertuig een stopteken en zag dat de bestuurder van het voertuig stopte. Ik hield de bestuurder en de bijrijder van het voertuig staande. Ik vorderde van beide personen een geldig identiteitsbewijs. Ik zag dat de bestuurder zich identificeerde als [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1962 te [plaats] . Ik zag dat de bijrijder zich identificeerde als [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] 1964 te [plaats] . Ik hoorde dat mijn collega [verbalisant 7] had achterhaald welke loods door de verdachten was gebruikt voor het opslaan van de gestolen goederen. Ik betrad de loods en zag in de loods twee parasols met bijbehorende voetstukken liggen. Ik nam de parasols in beslag ter waarheidsvinding.
5. Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 11 juni 2020, (…), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 7] :
Op donderdag 11 juni 2020 was ik werkzaam in de noodhulp met mijn collega [verbalisant 6] . In een Renault Master voorzien van het kenteken [kenteken] zouden 2 grote blauwe parasols met het opschrift Bavaria liggen, die kort daarvoor waren weggenomen bij een tennisclub aan [c-staat 1] in [A] . Ik hoorde van collega [verbalisant 6] dat we naar de [e-straat 1] in [plaats] moesten rijden. Toen wij op de [f-straat ] reden zag ik dat de witte bestelauto voorzien van kenteken [kenteken] vanaf een terrein op de [f-straat ] tussen de panden [f-straat 2] en [f-straat 3] kwam. Ik gaf de bestuurder van de bestelauto een stopteken. Ik zag dat er 2 mannen in het voertuig zaten. Ik herkende de bestuurder als [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1962 te [plaats] . De bijrijder herkende ik als [betrokkene] , geboren [geboortedatum] 1964 te [plaats] .
Ik ben tussen de panden op de [f-straat 2] en [f-straat 3] de inrit ingelopen. Ik zag dat de inrit toegang gaf tot een aantal gebouwen waarin een aantal garageboxen waren ondergebracht. Ik heb de huurder gevraagd of zij de garagebox voor de politie kon openen. In de garagebox zag ik twee grote blauwe parasols liggen met opschrift Bavaria.
6. Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 12 juni 2020, (…), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 8] :
Op vrijdag 12 juni 2020 bekeek ik de camerabeelden welke beschikbaar waren gesteld voor het onderzoek naar de diefstal van twee parasols bij de Tennisclub [A] . Ik zag dat op 11 juni 2020 om 10:57:03 uur op de beelden vanuit rechts een manspersoon (hierna: manspersoon 1) kwam aanlopen. Ik zag dat deze manspersoon naar een garagebox liep, beide handen naar voren bracht en met zijn rechterhand een sleutel in een slot bracht. Ik zag dat hij vervolgens door zijn knieën ging en daarop de roldeur open deed met zijn rechterhand. Ik zag dat manspersoon 1 de garagebox in ging. Ik zag dat er meteen op dat moment een witte bestelauto het terrein opgereden kwam. Ik zag dat deze witte bestelauto geparkeerd werd met de achterzijde in de richting van de geopende garagebox. Ik zag dat de deuren aan de achterzijde van deze bestelauto niet volledig gesloten waren omdat er twee witte buizen uitstaken. Ik zag dat om 10:57:55 uur de bestuurder van de bestelauto uitstappen (hierna: manspersoon 2). Ik zag dat de manspersoon 2 tevens naar de garagebox liep en de deur aan de achterzijde van de bestelauto opende.
Om 10:58:38 uur zag ik op de camerabeelden dat er een voorwerp vanuit de bestelauto de garagebox/loods in werd gesjouwd door beide manspersonen. Ik zag dat een deel van het goed wit van kleur was en het andere deel was donker van kleur. Het goed wapperde tevens door het dragen/sjouwen. Ik zag dat manspersoon 2 wederom terugkwam naar de achterzijde van de bus en iets uit de bestelauto haalde. Ik zag dat dit goed wit van kleur was in de vorm van een buis. Ik zag dat het goed op de grond gelegd werd door manspersoon 2. Ik zag dat manspersoon 1 weer in beeld kwam en de zijde van het goed welke op de grond lag oppakte. Hierop werden de handelingen wederom herhaald en zag ik beide manspersonen tezamen sjouwen met 1 goed.
Ik zag dat om 11:01:45 uur dat beide manspersonen vanuit de garagebox/loods gelopen kwamen. Ik zag dat manspersoon 2 de achterdeuren van de bestelauto dicht deed. Manspersoon 1 trok de roldeur van de garagebox/loods middels het touw dicht. Ik zag dat manspersoon 1 vervolgens als bestuurder instapte en dat manspersoon 2 instapte aan de bijrijderszijde.
Ik zag dat om 11:01:29 uur het voertuig wegrijden. Ik zag op dat moment het kenteken [kenteken] van de bestelauto in beeld komen. Ik zag dat de bestelauto om 11:02:51 uur uit beeld van de camera reed.
7. Een schriftelijk bescheid, te weten een kennisgeving van inbeslagneming, (…), voor zover inhoudende:
Inbeslagneming
Plaats : [f-straat 2] , [plaats]
Datum en tijd : 11 juni 2020 te 14:00 uur
Goednummer : PL2100-2020129319-1672205
Object : Parasol
Aantal/eenheid : 2 stuks
8. Een schriftelijk bescheid, te weten het bewijs van ontvangst, ontvangen van de politie, d.d. 7 juli 2002, (…), voor zover inhoudende:
[aangever] (hof: aangever) verklaart op dinsdag 7 juli 2020 uit handen van de politie te [plaats] te hebben ontvangen:
- 2 stuks parasols (goednummer PL2100-2020129319-1672205).”