Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
26 november 2024.
Hoge Raad
In deze strafzaak tegen verdachte, die werd verdacht van het voorhanden hebben van voorwerpen ten behoeve van bedrijfsmatige hennepteelt, valsheid in geschrift en vernieling, is beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam.
Het centrale geschilpunt betreft de rechtsgeldigheid van de betekening van de dagvaarding in hoger beroep. De dagvaarding was niet verzonden naar het bekende adres van verdachte in de Filipijnen, waar hij als niet-ingezetene stond ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP).
De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest en nietigverklaring van de betekening. De Hoge Raad volgt dit advies en oordeelt dat de dagvaarding in hoger beroep niet rechtsgeldig is betekend omdat niet is voldaan aan de vereisten van artikel 36e.3 Sv.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verklaart de betekening van de dagvaarding in hoger beroep nietig, waarmee het hoger beroep niet ontvankelijk is geworden.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de betekening van de dagvaarding in hoger beroep nietig en vernietigt het arrest van het hof.