ECLI:NL:PHR:2024:759
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Nietigverklaring betekening dagvaarding hoger beroep wegens onjuiste uitreiking aan verdachte in buitenland
De verdachte, woonachtig in de Filipijnen, werd in hoger beroep gedagvaard door het hof Amsterdam. De dagvaarding werd echter niet rechtstreeks aan de verdachte of diens raadsman op het buitenlandse adres betekend, maar aan een medewerker van het openbaar ministerie omdat de woon- of verblijfplaats van de verdachte in Nederland niet bekend was.
De raadsman ontving wel een afschrift van de dagvaarding, maar miste de oproep voor de rolzitting wegens technische problemen. De verdachte en zijn raadsman verschenen niet op de zitting, waarna het hof verstek verleende en de verdachte niet-ontvankelijk verklaarde in het hoger beroep.
De advocaat-generaal stelde cassatie in met het middel dat de dagvaarding niet rechtsgeldig was betekend aan de verdachte in het buitenland, zoals vereist op grond van artikel 36e, derde lid, Sv. De Hoge Raad oordeelt dat de dagvaarding niet rechtsgeldig is betekend omdat deze niet naar het buitenlandse adres van de verdachte is verzonden, waardoor de betekening nietig is.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verklaart de betekening van de dagvaarding in hoger beroep nietig. Er zijn geen andere gronden voor vernietiging van het arrest aangetroffen.
Uitkomst: De betekening van de dagvaarding in hoger beroep is nietig verklaard en het arrest van het hof vernietigd.