ECLI:NL:HR:2024:1717
Hoge Raad
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen leden Hoge Raad in belastingcassatie
Verzoeker heeft in vier belastingcassatiezaken een wrakingsverzoek ingediend tegen de leden van de Hoge Raad J.A.R. van Eijsden, M.W.C. Feteris en A.E.H. van der Voort Maarschalk. Dit verzoek werd ingediend na kennisname van de samenstelling van de kamer die uitspraak zou doen.
Het wrakingsverzoek is gebaseerd op organisatorische en procedurele bezwaren en de stelling dat niet op diverse verzoeken in de hoofdzaak is gereageerd, waardoor volgens verzoeker eerst daarop beslist moet worden. De betrokken raadsheren hebben verklaard niet in de wraking te berusten en hebben afgezien van een hoorzitting.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft verzoeker zijn standpunten toegelicht, terwijl de advocaat-generaal afzag van een conclusie. De Hoge Raad heeft overwogen dat een rechter moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij uitzonderlijke omstandigheden een zwaarwegende aanwijzing voor vooringenomenheid opleveren.
De Hoge Raad concludeert dat de aangevoerde bezwaren niet tot een dergelijke aanwijzing leiden en dat verzoeker geen specifiek argument heeft aangevoerd tegen de betrokken raadsheren. Daarom wijst de Hoge Raad het wrakingsverzoek af.
De beslissing is in het openbaar uitgesproken door de vicepresident en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de drie leden van de Hoge Raad wordt afgewezen wegens gebrek aan zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.