ECLI:NL:HR:2024:1757
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in geschil over onroerendezaakbelasting
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en een aanslag onroerendezaakbelastingen voor 2021 had behandeld.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van zijn oordeel te geven, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Hiermee blijft de uitspraak van het gerechtshof in stand.
Het arrest is uitgesproken door de Hoge Raad op 29 november 2024, waarbij de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter en vier raadsheren het arrest hebben gewezen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het gerechtshof blijft in stand.