ECLI:NL:HR:2024:1770

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 december 2024
Publicatiedatum
28 november 2024
Zaaknummer
23/02459
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 300 SrArt. 246 Sr (oud)Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt strafoplegging mishandeling en feitelijke aanranding van de eerbaarheid

In deze zaak stond de verdachte terecht voor mishandeling en feitelijke aanranding van de eerbaarheid. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden had de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van één dag en een taakstraf van negentig uur, subsidiair 45 dagen hechtenis.

De verdachte stelde in cassatie onder meer een voorwaardelijk verzoek tot benoeming van een deskundige om een letselrapportage te laten opstellen, maar dit verzoek werd door de Hoge Raad afgewezen omdat het hof geen noodzaak zag voor een dergelijke rapportage. Daarnaast werd de strafmotivering door de Hoge Raad als toereikend beoordeeld.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de verdachte niet konden leiden tot vernietiging van het arrest van het hof en dat het niet nodig was om nadere motivering te geven, aangezien de zaak geen vragen opriep die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het beroep werd derhalve verworpen.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de opgelegde straf van één dag gevangenisstraf en negentig uur taakstraf.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/02459
Datum3 december 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 juni 2023, nummer 21-000881-21, in de strafzaak
tegen
[Verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft E.E.W.J. Maessen, advocaat in Maastricht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
3 december 2024.