ECLI:NL:HR:2024:1792
Hoge Raad
- Artikel 80a RO-zaken
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk in belastingzaak over verrekening
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had beroep ingesteld tegen een besluit van de Staatssecretaris van Financiën inzake verrekening op grond van artikel 24 van Pro de Invorderingswet 1990. Na behandeling door de Rechtbank Noord-Holland en het Gerechtshof Amsterdam werd het hoger beroep van belanghebbende ongegrond verklaard.
Belanghebbende wendde zich vervolgens tot de Hoge Raad met een cassatieberoep. De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van dit beroep getoetst en daarbij het advies van de procureur-generaal betrokken.
De Hoge Raad concludeerde dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen en maakte gebruik van de mogelijkheid om het beroep zonder inhoudelijke motivering niet-ontvankelijk te verklaren conform artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het arrest werd op 6 december 2024 in het openbaar uitgesproken door de Hoge Raad, zittend in de samenstelling met vice-president Van Hilten als voorzitter en raadsheren Punt en Fierstra.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard met toepassing van artikel 80a RO.