Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep
3.Beslissing
6 december 2024.
Hoge Raad
De Russische Federatie heeft cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag in een zaak die betrekking heeft op onteigening van bezittingen op de Krim en de daaruit voortvloeiende schadevergoeding op grond van een bilateraal investeringsverdrag tussen de Russische Federatie en Oekraïne uit 1998.
Belbek c.s., de wederpartijen, hebben incidenteel cassatieberoep ingesteld. Beide partijen hebben hun standpunten toegelicht via hun advocaten en betrokkenen. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van zowel het principale als het incidentele cassatieberoep.
De Hoge Raad heeft de klachten van partijen beoordeeld maar oordeelt dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. Gezien artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie is het niet nodig om een uitgebreide motivering te geven. De Hoge Raad wijst beide beroepen af en veroordeelt partijen in de kosten van het geding.
De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Hoge Raad en hangt samen met drie andere zaken waarin gelijktijdig uitspraak is gedaan.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt zowel het principale als het incidentele cassatieberoep en bevestigt het arrest van het gerechtshof.