ECLI:NL:HR:2024:1813

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 december 2024
Publicatiedatum
6 december 2024
Zaaknummer
22/03895
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 1065 Rv
Verwijzingen
7 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep inzake onteigening en schadevergoeding Krim

De Russische Federatie heeft cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag in een zaak die betrekking heeft op onteigening van bezittingen op de Krim en de daaruit voortvloeiende schadevergoeding op grond van een bilateraal investeringsverdrag tussen de Russische Federatie en Oekraïne uit 1998.

Belbek c.s., de wederpartijen, hebben incidenteel cassatieberoep ingesteld. Beide partijen hebben hun standpunten toegelicht via hun advocaten en betrokkenen. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van zowel het principale als het incidentele cassatieberoep.

De Hoge Raad heeft de klachten van partijen beoordeeld maar oordeelt dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. Gezien artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie is het niet nodig om een uitgebreide motivering te geven. De Hoge Raad wijst beide beroepen af en veroordeelt partijen in de kosten van het geding.

De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Hoge Raad en hangt samen met drie andere zaken waarin gelijktijdig uitspraak is gedaan.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt zowel het principale als het incidentele cassatieberoep en bevestigt het arrest van het gerechtshof.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer22/03895
Datum6 december 2024
ARREST
In de zaak van
DE RUSSISCHE FEDERATIE,
zetelend te Moskou, Russische Federatie,
EISERES tot cassatie, verweerster in het incidentele cassatieberoep,
advocaten: [advocaat 1] en [advocaat 2],
tegen
1. AEROPORT BELBEK LLC,
gevestigd te Sevastopol, Krim,
2. [verweerder 2],
zonder bekende woon of verblijfplaats,
VERWEERDERS in cassatie, eisers in het incidentele cassatieberoep,
hierna gezamenlijk: Belbek c.s.,
advocaat: F.E. Vermeulen.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar het arrest in de zaak 200.266.443/01 van het gerechtshof Den Haag van 19 juli 2022.
De Russische Federatie heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Belbek c.s. hebben incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor Belbek c.s. mede door [betrokkene 1] en [betrokkene 2].
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van zowel het principale cassatieberoep als het incidentele cassatieberoep.
De advocaten van partijen hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie). [1]

3.Beslissing

De Hoge Raad:
in het principale beroep:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt de Russische Federatie in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Belbek c.s. begroot op € 7.115,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris;
in het incidentele beroep:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt Belbek c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Russische Federatie begroot op € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Belbek c.s. deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, C.E. du Perron, H.M. Wattendorff, S.J. Schaafsma en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op
6 december 2024.

Voetnoten

1.Deze zaak hangt samen met de zaken 22/03897, 22/03901 en 22/03902, waarin vandaag eveneens uitspraak is gedaan.