ECLI:NL:HR:2024:1816

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 december 2024
Publicatiedatum
6 december 2024
Zaaknummer
22/01092
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 420bis.1.a SrArt. 420bis.1.b SrArt. 51 SrArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 6 lid 1 EVRM
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering geldboete voor witwassen door rechtspersoon bij aankoop auto’s

De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van een rechtspersoon die werd veroordeeld voor witwassen van een bedrag van €190.000, gebruikt als startkapitaal voor de aankoop van auto’s ten behoeve van verhuur en verkoop. Het hof Arnhem-Leeuwarden had de verdachte veroordeeld en een geldboete van €30.000 opgelegd.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de verdachte tegen het hofarrest niet tot vernietiging van de uitspraak konden leiden en hoefde deze niet inhoudelijk te motiveren vanwege het toepasselijke artikel 81 lid 1 RO Pro. Wel stelde de Hoge Raad vast dat de redelijke termijn was overschreden, waardoor de opgelegde geldboete moest worden verminderd.

De Hoge Raad vernietigde daarom het hofarrest uitsluitend voor wat betreft de hoogte van de geldboete en stelde deze vast op €27.500. Voor het overige werd het beroep verworpen, waarmee het hofarrest in stand bleef. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 10 december 2024.

Uitkomst: De geldboete voor witwassen wordt verminderd van €30.000 naar €27.500, overige veroordeling blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/01092
Datum10 december 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 21 maart 2022, nummer 21-003906-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte] B.V.,
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft N. van Schaik, advocaat in Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde geldboete, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde geldboete van € 30.000.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde geldboete;
- vermindert de geldboete in die zin dat deze € 27.500 bedraagt;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
10 december 2024.