ECLI:NL:HR:2024:182

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 februari 2024
Publicatiedatum
5 februari 2024
Zaaknummer
22/00504
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 302 lid 1 SrArt. 41 lid 2 SrArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping beroep op noodweerexces bij zware mishandeling met scheermes

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam waarin verdachte werd veroordeeld voor zware mishandeling door met een scheermes meerdere snijwonden in het gezicht van de aangeefster toe te brengen.

Verdachte voerde in hoger beroep een beroep op noodweerexces aan, stellende dat zijn handelen uit noodweer voortkwam. Het hof verwierp dit beroep en oordeelde dat het handelen van verdachte als aanvallend moest worden gezien.

In cassatie stelde verdachte dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het beroep op noodweerexces was verworpen en dat het hof ten onrechte had geoordeeld dat zijn handelen aanvallend was. De Hoge Raad oordeelde dat deze klachten niet tot vernietiging konden leiden en dat het niet nodig was om de vragen over noodweerexces nader te motiveren.

Het cassatieberoep werd derhalve verworpen, waarmee het arrest van het hof Amsterdam in stand bleef.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof Amsterdam blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/00504
Datum6 februari 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 15 februari 2022, nummer 23-000906-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft S.B.J. Hiemstra, advocaat te Haarlem, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De plaatsvervangend advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
6 februari 2024.