Conclusie
Nummer22/00504
Inleiding
Het eerste en tweede middel
Ter discussie staande feiten
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot acht maanden gevangenisstraf, waarvan vier voorwaardelijk, wegens zware mishandeling door met een scheermes meerdere snijwonden toe te brengen aan het slachtoffer.
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen de verwerping van het beroep op noodweerexces en het oordeel dat haar handelen als aanvallend moest worden gezien. Het hof baseerde zijn oordeel op verklaringen van twee getuigen die een heftige confrontatie met gelijktijdig duwen, trekken en slaan beschreven.
De verdediging voerde aan dat het slachtoffer de confrontatie had gezocht en de eerste duw had gegeven, waardoor sprake zou zijn van noodweerexces. Het hof oordeelde echter dat beide partijen gelijktijdig de aanval waren aangegaan en dat het handelen van de verdachte als aanvallend moest worden beschouwd, zodat het beroep op noodweerexces niet slaagde.
De Hoge Raad bevestigt dat het hof voldoende gemotiveerd heeft geoordeeld en dat het hof een zekere vrijheid heeft bij de waardering van getuigenverklaringen. Het cassatieberoep wordt verworpen, waarmee de veroordeling en schadevergoedingsmaatregel in stand blijven.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de veroordeling voor zware mishandeling met scheermes blijft in stand.