ECLI:NL:HR:2024:1823

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 december 2024
Publicatiedatum
6 december 2024
Zaaknummer
23/02732
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 45 SrArt. 246 Sr (oud)Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatie in zaak poging feitelijke aanranding van eerbaarheid

In deze strafzaak stond de poging tot feitelijke aanranding van eerbaarheid centraal, gepleegd door de verdachte geboren in 1995. De zaak werd behandeld door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, dat op 30 juni 2023 een arrest uitvaardigde. De verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest.

De Hoge Raad heeft de klachten van de verdachte onderzocht, waaronder de vraag of het hof terecht verstek kon verlenen toen de dagvaarding werd ontvangen door een medebewoner van het inschrijvingsadres, en de afwijzing van een aanhoudingsverzoek in hoger beroep door een niet-gemachtigde raadsman. De Hoge Raad oordeelde dat deze klachten onvoldoende waren om het arrest te vernietigen en dat motivering niet nodig was vanwege artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

Het cassatieberoep werd derhalve verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand bleef. De uitspraak werd gedaan door de vice-president Borgers en raadsheren Kuijer en Posthumus op 10 december 2024.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor poging tot feitelijke aanranding van eerbaarheid.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/02732
Datum10 december 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 30 juni 2023, nummer 21-004036-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft A.R. Maarsingh, advocaat in Deventer, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
10 december 2024.