Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
10 december 2024.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam waarin verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van mensenhandel en gewoontewitwassen. De klachten van de verdediging over de bewezenverklaring en kwalificatie leiden niet tot vernietiging van het hofarrest. Wel oordeelt de Hoge Raad dat de redelijke termijn is overschreden, waardoor de straf verminderd moet worden.
Het cassatieberoep werd ingesteld door verdachte, bijgestaan door advocaat G. Spong. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest uitsluitend met betrekking tot de strafduur, en tot vermindering van de gevangenisstraf naar de gebruikelijke maatstaf. De Hoge Raad volgt dit advies en vernietigt het arrest alleen voor de strafmaat.
De Hoge Raad vermindert de gevangenisstraf van de verdachte van vier jaar naar drie jaar en tien maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. Het beroep wordt voor het overige verworpen, waarmee het hofarrest in stand blijft. De uitspraak is gewezen op 10 december 2024 door de vice-president Borgers en raadsheren Kuijer en Kooijmans.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot drie jaar en tien maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.