ECLI:NL:HR:2024:1844

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 december 2024
Publicatiedatum
11 december 2024
Zaaknummer
22/02341
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11a OpiumwetArt. 11.3 OpiumwetArt. 11.5 OpiumwetArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 6 lid 1 EVRM
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering taakstraf wegens overschrijding redelijke termijn in zaak hennepteelt

De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden betreffende feitelijk leidinggeven aan voorbereidingshandelingen van grootschalige hennepteelt door een rechtspersoon. De verdachte werd hiervoor veroordeeld op grond van de Opiumwet.

De advocaat-generaal adviseerde tot vernietiging van het hofarrest uitsluitend met betrekking tot de strafmaat, vanwege overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro. De Hoge Raad volgde dit advies en oordeelde dat de klachten over het hofarrest niet tot verdere vernietiging konden leiden.

De Hoge Raad vernietigde het hofarrest alleen voor wat betreft de opgelegde taakstraf van 200 uur en de vervangende hechtenis van 100 dagen, en verminderde deze naar 190 uur taakstraf en 95 dagen hechtenis. Het overige beroep werd verworpen. Dit arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren op 10 december 2024.

Uitkomst: De taakstraf wordt verminderd naar 190 uur en de vervangende hechtenis naar 95 dagen wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/02341
Datum10 december 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 juni 2022, nummer 21-004156-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G.A.C. Beckers, advocaat in Maastricht, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de opgelegde straf, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde taakstraf van tweehonderd uren, subsidiair honderd dagen hechtenis.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft het aantal uren te verrichten taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis;
- vermindert het aantal uren taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis in die zin dat de taakstraf 190 uren beloopt, subsidiair 95 dagen hechtenis;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
10 december 2024.