ECLI:NL:HR:2024:1857
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht
De zaak betreft een beroep in cassatie van R.A.A. van de Mortel tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 4 juni 2024. De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het beroep beoordeeld. De griffier heeft de indiener bij aangetekende brief op 21 augustus 2024 gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en een betalingstermijn van vier weken gesteld. Deze brief is volgens Track&Trace afgeleverd op het opgegeven adres.
Het griffierecht is echter niet voldaan. Vervolgens heeft de griffier op 25 september 2024 opnieuw bij aangetekende brief de indiener de gelegenheid gegeven om te verklaren waarom het griffierecht niet betaald was. Ook deze brief is afgeleverd, maar er is geen reactie ontvangen. Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb moet het beroep daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en is op 13 december 2024 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.