ECLI:NL:HR:2024:1858
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht
In deze zaak heeft R.A.A. van de Mortel beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 4 juni 2024. De griffier van de Hoge Raad heeft de indiener bij aangetekende brief van 21 augustus 2024 gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht en een termijn van vier weken gesteld voor betaling.
De brief is afgeleverd op het opgegeven adres, maar het griffierecht is niet voldaan. Vervolgens heeft de griffier op 26 september 2024 opnieuw bij aangetekende brief de indiener in de gelegenheid gesteld om een verklaring te geven voor het niet betalen van het griffierecht. Ook deze brief is afgeleverd, maar er is geen reactie ontvangen.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is op 13 december 2024 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.