ECLI:NL:HR:2024:186

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 februari 2024
Publicatiedatum
6 februari 2024
Zaaknummer
22/04421
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 287 SrArt. 151 Sr
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatie in zaak doodslag en wegmaken lijk echtgenote

In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor doodslag op zijn echtgenote in 2010 te Siddeburen en het wegmaken van haar lijk. Het hof Arnhem-Leeuwarden had de verdachte veroordeeld op basis van bewijs dat het overlijden van de echtgenote door geweld op haar hoofd en/of lichaam was veroorzaakt en dat de verdachte het lichaam had verborgen om sporen te wissen.

De verdachte stelde in cassatie meerdere klachten in over de bewijswaardering door het hof, waaronder of uit de bewijsmiddelen voldoende kon worden afgeleid dat de echtgenote was overleden door geweld en of het hof terecht had geoordeeld dat de verdachte het lijk had verborgen met het oog op het bemoeilijken van het onderzoek.

De Hoge Raad heeft deze klachten beoordeeld maar oordeelde dat deze niet konden leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad zag geen noodzaak om de motivering nader toe te lichten omdat de klachten niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Het cassatieberoep werd derhalve verworpen en het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden bleef in stand. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren op 13 februari 2024.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/04421
Datum13 februari 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 18 november 2022, nummer 21-001720-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1948,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
13 februari 2024.