ECLI:NL:HR:2024:1861

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 december 2024
Publicatiedatum
12 december 2024
Zaaknummer
24/02770
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 6:1 WvggzArt. 3:3 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep tegen zorgmachtiging wegens psychische stoornis en ernstig nadeel

Betrokkene heeft cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Gelderland van 17 april 2024, waarin een zorgmachtiging werd toegekend op grond van artikel 6:1 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). De beschikking betrof de toepassing van de zorgmachtiging wegens een psychische stoornis die ernstig nadeel voor betrokkene zelf of anderen veroorzaakte, conform artikel 3:3 Wvggz Pro.

De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend en de Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad heeft de klachten van betrokkene beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de beschikking van de rechtbank.

De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven voor het oordeel, omdat het niet noodzakelijk was om vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht te beantwoorden, zoals bepaald in artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. Het beroep is derhalve verworpen en de beschikking van de rechtbank blijft in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep van betrokkene wordt verworpen en de beschikking van de rechtbank blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer24/02770
Datum13 december 2024
BESCHIKKING
In de zaak van
[betrokkene],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: betrokkene,
advocaat: G.E.M. Later,
tegen
DE OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT GELDERLAND,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de officier van justitie,
niet verschenen.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak C/05/434416 FZ RK 24-910 van de rechtbank Gelderland van 17 april 2024.
Betrokkene heeft tegen de beschikking van de rechtbank beroep in cassatie ingesteld.
De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren H.M. Wattendorff, als voorzitter, A.E.B. ter Heide en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op
13 december 2024.