ECLI:NL:HR:2024:1863

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 december 2024
Publicatiedatum
12 december 2024
Zaaknummer
24/01604
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping beroep op vaststellingsovereenkomst na rechtsgeldige vernietiging in parallelprocedure

In deze zaak stond de geldigheid van een beroep op een vaststellingsovereenkomst centraal. Eiser had in eerdere instanties een procedure gevoerd waarin de vaststellingsovereenkomst was vernietigd. In de parallelprocedure probeerde eiser alsnog een beroep te doen op deze overeenkomst. Het gerechtshof Amsterdam wees dit beroep af. Eiser stelde hiertegen cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad heeft de klachten van eiser beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad vond geen aanleiding om de zaak inhoudelijk te behandelen omdat het oordeel van het hof niet in strijd is met het recht en geen vragen oproept die van belang zijn voor de rechtsontwikkeling of rechtsuniformiteit.

Daarom werd het cassatieberoep verworpen en werd eiser veroordeeld in de proceskosten. De beslissing werd genomen op basis van artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie, waarmee de Hoge Raad aangeeft dat geen motivering nodig is wanneer het cassatieberoep geen voldoende belangwekkende rechtsvragen oproept.

Deze uitspraak bevestigt dat een rechtsgeldige vernietiging van een vaststellingsovereenkomst in een parallelprocedure het beroep daarop in een andere procedure kan blokkeren, en benadrukt het belang van rechtszekerheid en consistentie in civiele procedures.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer24/01604
Datum13 december 2024
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: J. van Weerden,
tegen
[verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: [verweerder],
niet verschenen.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/13/685259/HA ZA 20-604 van de rechtbank Amsterdam van 2 december 2020 en 9 juni 2021;
b. het arrest in de zaak 200.299.874/01 van het gerechtshof Amsterdam van 23 januari 2024.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Tegen [verweerder] is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep en geeft de Hoge Raad in overweging dat te doen met toepassing van art. 81 lid 1 RO Pro.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, H.M. Wattendorff en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op
13 december 2024.