ECLI:NL:HR:2024:1878
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over waardering natuurterrein in box 3 en verwijst zaak terug
Belanghebbende was eigenaar van een polder die in 2014 de bestemming natuur kreeg en later onteigend werd. De Inspecteur legde aanslagen op inkomstenbelasting op voor de jaren 2012-2017, waarbij de waarde van de polder in box 3 werd vastgesteld op basis van landbouwgrondnormen en de schadeloosstelling.
De Rechtbank verminderd de aanslag 2017 wegens schending eigendomsrecht en stelde het werkelijke rendement vast. Het Hof verwierp het beroep van belanghebbende en Inspecteur, oordeelde dat feitelijk gebruik leidend is voor de vrijstelling natuurterreinen en dat ongerealiseerde waardeveranderingen niet in aanmerking kunnen worden genomen.
De Hoge Raad oordeelt dat het oordeel van het Hof over het feitelijk gebruik juist is, maar vernietigt het arrest vanwege onvoldoende concrete vaststelling van het werkelijke rendement in 2017. De zaak wordt verwezen naar het Hof Arnhem-Leeuwarden voor nadere beoordeling, waarbij zakelijke lasten en beheerskosten in aftrek moeten worden gebracht. De stelplicht en bewijslast rusten op belanghebbende.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest Hof en verwijst zaak terug voor nader onderzoek naar werkelijke rendement 2017 met aftrek van zakelijke lasten.