Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel in het principale beroep
4.Beoordeling van het middel in het incidentele beroep
5.Beslissing
12 januari 2024.
Hoge Raad
De zaak betreft een geschil over de hoogte en ingangsdatum van partneralimentatie na echtscheiding. De vrouw vorderde een hogere partneralimentatie met terugwerkende kracht vanaf 2016. Het hof Den Haag had de behoefte van de vrouw vastgesteld op basis van concrete uitgaven, rekening houdend met haar eigen verdiencapaciteit, en de partneralimentatie vastgesteld vanaf de datum van de beschikking van het hof in 2023.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof buiten de grenzen van de rechtsstrijd is getreden door bepaalde posten op de behoeftelijst lager te waarderen dan door de man opgevoerd, terwijl deze niet waren betwist. Daarnaast is de motivering van het hof voor het laten ingaan van de alimentatie op de datum van de beschikking ontoereikend, omdat het hof onvoldoende aandacht heeft besteed aan het partijdebat, de vertraging door eerdere cassatieprocedures en de gevolgen van een late ingangsdatum.
Verder is een rekenfout vastgesteld in de berekening van de behoefte van de vrouw voor 2017. De Hoge Raad vernietigt daarom de beschikking van het hof Den Haag en verwijst de zaak naar het hof 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking van het hof Den Haag en verwijst de zaak naar het hof 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling.