ECLI:NL:HR:2024:211
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht
De Hoge Raad heeft op 9 februari 2024 uitspraak gedaan in het cassatieberoep van A.F.M.J. Verhoeven tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 25 juli 2023. De kern van de beoordeling betrof de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie. De griffier had de indiener bij aangetekende brief op 20 oktober 2023 gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en een betalingstermijn van vier weken gesteld. Ondanks ontvangst van deze brief werd het griffierecht niet voldaan.
Vervolgens heeft de griffier op 21 december 2023 nogmaals de indiener in de gelegenheid gesteld om te verklaren waarom het griffierecht niet was betaald. De reactie van de indiener op 18 januari 2024 via het webportaal van de Hoge Raad bood geen gegronde reden om het verzuim te rechtvaardigen, mede gelet op eerdere jurisprudentie (HR 11 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1579).
Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb werd het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is gewezen door raadsheren Punt, Fierstra en Cools en in het openbaar uitgesproken op 9 februari 2024.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.