ECLI:NL:HR:2024:244
Hoge Raad
- Artikel 80a RO-zaken
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk inzake belastingaanslag 2017
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, waarin het hoger beroep tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant werd behandeld. De zaak betrof de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2017 en de daarbij behorende beschikking inzake belastingrente.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep inhoudelijk beoordeeld en daarbij ook het advies van de procureur-generaal betrokken. Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen.
Daarom is het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten aan belanghebbende op te leggen. Het arrest is op 16 februari 2024 in het openbaar uitgesproken door de Hoge Raad, zittend in de samenstelling met vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter en raadsheren J. Wortel en A.E.H. van der Voort Maarschalk.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard met toepassing van artikel 80a RO.