ECLI:NL:HR:2024:254

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 februari 2024
Publicatiedatum
15 februari 2024
Zaaknummer
23/03956
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens overschrijding termijn

Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 22 augustus 2023. De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van dit beroep. Uit het dossier bleek dat het beroepschrift in cassatie op 8 oktober 2023 was ontvangen, terwijl de wettelijke termijn van zes weken, zoals gesteld in artikel 6:7 Awb Pro, op 5 oktober 2023 was verstreken.

De Hoge Raad gaf belanghebbende vervolgens de gelegenheid om binnen vier weken na 3 november 2023 te verklaren waarom de termijn was overschreden. Deze termijn eindigde op 1 december 2023. Belanghebbende maakte geen tijdig gebruik van deze mogelijkheid, en een brief die op 4 december 2023 werd ingediend, werd als te laat beschouwd.

Op grond hiervan verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het arrest werd uitgesproken op 16 februari 2024 door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer23/03956
Datum16 februari 2024
ARREST
op het door [X] (hierna: belanghebbende) ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 22 augustus 2023, nrs. BK-ARN 21/00965 tot en met 21/00968 [1] .

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De griffier van het Hof heeft op de uitspraak van het Hof aangetekend dat een afschrift van die uitspraak aangetekend aan partijen is verzonden op 24 augustus 2023.
Het beroepschrift in cassatie is op 8 oktober 2023 via het webportaal van de Hoge Raad ontvangen.
Het beroepschrift in cassatie is dus niet ingediend binnen de in artikel 6:7 Awb Pro gestelde termijn van zes weken, die in dit geval eindigde op 5 oktober 2023.
De griffier van de Hoge Raad heeft op 3 november 2023 in het digitaal dossier van belanghebbende een bericht geplaatst waarbij belanghebbende in de gelegenheid wordt gesteld binnen vier weken na die datum mee te delen waarom de beroepstermijn is overschreden. Die termijn eindigde op 1 december 2023. Belanghebbende heeft van deze gelegenheid niet tijdig gebruikgemaakt. De op 4 december 2023 via het webportaal van de ingekomen brief wordt als te laat ingekomen buiten beschouwing gelaten.
Het beroep in cassatie moet daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 16 februari 2024.