Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Ambtshalve beoordeling van de beschikking van de rechtbank
3.Beslissing
16 januari 2024.
Hoge Raad
De zaak betreft een klaagschrift ingediend door klaagster tot teruggave van een personenauto die inbeslaggenomen was onder haar schoonvader wegens verdenking van rijden zonder geldig kentekenbewijs. De rechtbank Oost-Brabant verklaarde het klaagschrift ongegrond.
Tijdens de cassatieprocedure bleek dat de auto inmiddels bij vonnis onttrokken was aan het verkeer, en dat tegen dit vonnis geen hoger beroep was ingesteld, waardoor het onherroepelijk is geworden. Dit betekent dat het klaagschrift moet worden opgevat als een klaagschrift ingevolge artikel 552b Sv.
De rechtbank is op grond van artikel 552b lid 2 Sv niet bevoegd om het klaagschrift verder te behandelen. De Hoge Raad vernietigt daarom de beschikking van de rechtbank en bepaalt dat de stukken worden gezonden naar het gerecht dat wel bevoegd is tot behandeling en afdoening van het klaagschrift.
De uitspraak benadrukt de procedurele verplichting van de rechtbank om bij onherroepelijke beslissingen tot onttrekking aan het verkeer het klaagschrift als bedoeld in artikel 552b Sv te behandelen of door te verwijzen naar het bevoegde gerecht.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking van de rechtbank en verwijst de zaak naar het bevoegde gerecht voor verdere behandeling.