ECLI:NL:PHR:2023:1127
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beschikking inzake beklag derdenbeslag op auto na onttrekking aan het verkeer
De zaak betreft een beklag van een derde, de eigenaar van een auto die onder haar schoonvader in beslag was genomen wegens rijden zonder geldig kentekenbewijs. De rechtbank Oost-Brabant verklaarde het klaagschrift tot teruggave van de auto ongegrond. In cassatie klaagde de eigenaar over het ontbreken van openbaar onderzoek in de raadkamer, maar de Hoge Raad gaat hier niet op in.
Ambtshalve stelt de Hoge Raad vast dat de auto inmiddels onttrokken is aan het verkeer bij een onherroepelijk vonnis in de strafzaak tegen de feitelijke bestuurder. Hierdoor moet het klaagschrift worden opgevat als een klaagschrift op grond van artikel 552b Sv, dat betrekking heeft op onttrekkingen aan het verkeer.
Omdat de rechtbank Oost-Brabant niet bevoegd is om dit klaagschrift te behandelen, moet de zaak worden verwezen naar het gerecht dat wel bevoegd is. De Hoge Raad vernietigt daarom de bestreden beschikking en bepaalt dat de stukken naar de bevoegde rechtbank worden gezonden voor verdere behandeling en afdoening.
De uitspraak benadrukt dat de regeling van artikel 552b Sv niet teniet mag worden gedaan door een onherroepelijke onttrekking aan het verkeer in cassatiefase, en dat het belang van de derde bij behandeling van het klaagschrift blijft bestaan.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking van de rechtbank en verwijst de zaak naar de bevoegde rechtbank voor verdere behandeling.