Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
5 maart 2024.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een beschikking van de rechtbank Noord-Holland waarbij twee dure personenauto’s, een Bentley en een Mercedes, onttrokken werden aan het verkeer op grond van verdenking van witwassen. De officier van justitie had aangegeven het witwassen niet verder te vervolgen, maar verzocht onttrekking aan het verkeer ex artikel 552f Sv.
De rechtbank oordeelde dat de auto’s vatbaar waren voor onttrekking op grond van artikel 36c Sr, omdat vaststond dat witwassen had plaatsgevonden. Zij baseerde dit op het feit dat de leasetermijnen werden betaald vanaf een bankrekening van de beslagene, terwijl het beschikbare inkomen onvoldoende was om de auto’s te financieren, en dat de zoon van de beslagene, die de betalingen zou hebben gedaan, geen bekend inkomen of vermogen had.
De Hoge Raad stelt dat voor onttrekking aan het verkeer vereist is dat vaststaat dat een strafbaar feit is begaan, en dat een redelijk vermoeden niet volstaat. De rechtbank heeft onvoldoende gemotiveerd dat het niet anders kan dan dat witwassen heeft plaatsgevonden, mede omdat zij alleen heeft vastgesteld dat de zoon geen bekend inkomen had zonder nadere bewijsvoering.
Daarom vernietigt de Hoge Raad de beschikking en wijst de zaak terug naar de rechtbank Noord-Holland voor een nieuwe beoordeling en afdoening van de vordering. De Hoge Raad benadrukt dat de rechter bij onttrekking aan het verkeer een zorgvuldige en voldoende gemotiveerde vaststelling van het strafbare feit moet maken.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking tot onttrekking aan het verkeer van de auto’s wegens onvoldoende bewijs van witwassen en wijst de zaak terug voor herbeoordeling.