Uitspraak
[woonplaats] .
16 februari 1982
Hoge Raad
De Kantonrechter te Eindhoven had een beklag van klager over de onttrekking aan het verkeer van diverse dode vogels en vogelvergunningen gedeeltelijk ongegrond verklaard. De onttrekking was gebaseerd op een redelijk vermoeden van strafbare feiten, maar niet op een definitieve vaststelling daarvan.
De Hoge Raad oordeelde ambtshalve dat de onttrekking aan het verkeer niet kan steunen op artikel 36b Sr indien niet is vastgesteld dat strafbare feiten zijn begaan, maar slechts een redelijk vermoeden bestaat. Hierdoor was de bestreden beschikking niet naar de eis der wet met redenen omkleed.
De Hoge Raad vernietigde daarom het deel van de beschikking waarin het beklag ongegrond werd verklaard en verwees de zaak naar de Rechtbank te 's-Hertogenbosch voor hernieuwde berechting en beslissing.
Deze uitspraak benadrukt het belang van een juiste wettelijke grondslag en voldoende feitelijke vaststelling bij onttrekking aan het verkeer van goederen in strafzaken.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het deel van de beschikking waarin het beklag ongegrond werd verklaard en verwijst de zaak terug voor hernieuwde berechting.