ECLI:NL:HR:2024:329
Hoge Raad
- Artikel 80a RO-zaken
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in belastingproceskostenzaak
In deze zaak heeft belanghebbende cassatieberoep ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam, welke uitspraak betrekking had op een hoger beroep tegen een beslissing van de Rechtbank Noord-Holland over een verzoek tot veroordeling in proceskosten. De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het cassatieberoep beoordeeld en geconstateerd dat het beroep duidelijk niet kan slagen.
Na het horen van de procureur-generaal en het bestuderen van de klachten heeft de Hoge Raad besloten het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie. Tevens is geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen.
Het arrest is uitgesproken door de Hoge Raad der Nederlanden, Belastingkamer, op 8 maart 2024, waarbij de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter en de raadsheren J. Wortel en A.E.H. van der Voort Maarschalk het arrest hebben gewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard met toepassing van artikel 80a RO.