Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
8 maart 2024.
Hoge Raad
De zaak betreft een geschil over de vaststelling van partneralimentatie en kinderalimentatie na ontbinding van het huwelijk tussen de man en de vrouw. De rechtbank en het hof hebben eerder beschikkingen gegeven over de alimentatiebedragen, waarbij het hof de eerdere beschikkingen van de rechtbank vernietigde en nieuwe bedragen vaststelde.
In cassatie klaagt de man dat het hof bij de berekening van zijn draagkracht voor partneralimentatie ten onrechte geen rekening heeft gehouden met de door de werkgever ingehouden inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw). De Hoge Raad stelt vast dat het hof deze bijdrage inderdaad niet heeft betrokken, terwijl de man deze als aftrekpost heeft opgevoerd en de vrouw hiertegen geen verweer heeft gevoerd.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof deze bijdrage had moeten meenemen in de draagkrachtberekening en vernietigt daarom de beschikking van 9 februari 2023. De overige klachten van de man worden verworpen. De zaak wordt verwezen naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch voor verdere behandeling en beslissing.
De beschikking is gegeven door de raadsheren Tanja-van den Broek (voorzitter), Sieburgh en Teuben en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Lock op 8 maart 2024.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking van 9 februari 2023 wegens het niet betrekken van de inkomensafhankelijke Zvw-bijdrage en verwijst de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.