Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
3.Beoordeling van het derde cassatiemiddel
4.Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige
5.Beslissing
12 maart 2024.
Hoge Raad
Klaagster, een rechtspersoon betrokken bij een verdenking van grootschalige fraude in de voedselketen, stelde cassatieberoep in tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant die beslag op digitale en fysieke goederen betrof. Het geschil betrof onder meer het verschoningsrecht van twee advocaten- en notarissenkantoren en de teruggave van fysieke goederen aan de redelijkerwijs rechthebbende.
De Hoge Raad oordeelde dat het cassatieberoep niet ontvankelijk is voor zover het betrekking heeft op het verschoningsrecht van de advocaten- en notarissenkantoren, conform eerdere uitspraken (HR:2024:316). Het middel over de teruggave van fysieke goederen faalde eveneens, met verwijzing naar een andere beschikking (HR:2024:313).
Voor het overige verwierp de Hoge Raad het beroep zonder nadere motivering, omdat de klachten niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank konden leiden. De zaak werd deels vernietigd en terugverwezen voor herbeoordeling van het teruggavebesluit aan de redelijkerwijs rechthebbende.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk voor het deel over verschoningsrecht en wordt voor het overige verworpen met terugwijzing inzake teruggave fysieke goederen.