ECLI:NL:HR:2024:393

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 maart 2024
Publicatiedatum
14 maart 2024
Zaaknummer
22/02935
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 40 lid 2 Wet WOZArt. 7:4 AwbArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt Hofuitspraak over proceskosten in WOZ-zaak over woningwaarde

Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van zijn woning, vastgesteld op €324.000 voor het jaar 2019 door de heffingsambtenaar van de gemeente Heerhugowaard (thans Dijk en Waard). Het Hof Amsterdam oordeelde dat de heffingsambtenaar met het verstrekken van het taxatieverslag had voldaan aan zijn informatieplicht op grond van artikel 40, lid 2, Wet WOZ, en verwierp het bezwaar over de hoogte van de waarde.

In cassatie klaagde belanghebbende over het oordeel van het Hof dat het toezenden van alleen het taxatieverslag voldoende was en dat aanvullende gegevens niet hoefden te worden verstrekt. De Hoge Raad oordeelde dat dit oordeel onjuist was en verwees naar eerdere jurisprudentie van 18 augustus 2023. De overige klachten werden ongegrond verklaard.

De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof uitsluitend voor zover het de beslissingen over proceskosten en griffierecht betrof. Het dagelijks bestuur van Cocensus en de heffingsambtenaar werden veroordeeld tot vergoeding van de betaalde griffierechten en proceskosten aan belanghebbende. De waarde van de woning werd niet herzien, omdat daartegen geen klachten waren gericht.

De uitspraak benadrukt het belang van volledige informatieverstrekking door de heffingsambtenaar in de bezwaarprocedure en bevestigt dat proceskostenbeslissingen nauwkeurig moeten worden gemotiveerd en verantwoord.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof voor zover het de proceskosten en het griffierecht betreft en veroordeelt het dagelijks bestuur en de heffingsambtenaar tot vergoeding van deze kosten.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer22/02935
Datum15 maart 2024
ARREST
in de zaak van
[X] (hierna: belanghebbende)
tegen
het DAGELIJKS BESTUUR VAN COCENSUS
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 7 juni 2022, nr. 21/00458 [1] , op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland (nr. HAA 20/1715) betreffende een ten aanzien van belanghebbende gegeven beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en een aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Heerhugowaard (thans gemeente Dijk en Waard) voor het jaar 2019.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende, vertegenwoordigd door G. Gieben, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Het dagelijks bestuur van Cocensus (hierna: het Dagelijks Bestuur), vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.

2.Uitgangspunten in cassatie

De heffingsambtenaar van de gemeente Heerhugowaard [2] (hierna: de heffingsambtenaar) heeft op grond van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak aan de [a-straat 1] te [Z] (hierna: de woning) per waardepeildatum 1 januari 2018 voor het kalenderjaar 2019 vastgesteld op € 324.000.

3.Procedure voor het Hof

3.1
Voor het Hof was in geschil of de waarde van de woning op een te hoog bedrag is vastgesteld. Ook was in geschil of de heffingsambtenaar in de bezwaarfase mocht volstaan met het ter inzage leggen van de gegevens waar belanghebbende in aanvulling op het aan hem toegezonden taxatieverslag om had verzocht, dan wel of hij (afschriften van) deze gegevens aan belanghebbende had moeten toezenden.
3.2
Het Hof heeft onder meer geoordeeld dat de heffingsambtenaar met het verstrekken van het taxatieverslag zowel aan zijn verplichtingen op grond van artikel 7:4 Awb Pro als aan zijn verplichtingen op grond van artikel 40, lid 2, Wet WOZ heeft voldaan.

4.Beoordeling van het middel

4.1
Het middel slaagt voor zover het klaagt over het oordeel van het Hof dat de heffingsambtenaar met het toezenden van het taxatieverslag aan zijn verplichtingen op grond van artikel 40, lid 2, Wet WOZ heeft voldaan. De Hoge Raad verwijst naar de overwegingen 3.1 tot en met 3.3 van het arrest van 18 augustus 2023. [3]
4.2
De Hoge Raad heeft ook de overige klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).
4.3
Gelet op hetgeen hiervoor in 4.1 is overwogen, kan de bestreden uitspraak niet in stand blijven. Aangezien geen klachten zijn gericht tegen het oordeel van het Hof dat, zoals ook de Rechtbank heeft geoordeeld, de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde van de woning niet te hoog is vastgesteld, behoeft de bestreden uitspraak slechts te worden vernietigd voor zover het de beslissingen inzake de proceskosten en het griffierecht betreft.

5.Proceskosten

Het Dagelijks Bestuur zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie en de heffingsambtenaar in de kosten van het geding voor het Hof.

6.Beslissing

De Hoge Raad:
- verklaart het beroep in cassatie gegrond,
- vernietigt de uitspraak van het Hof, maar uitsluitend met betrekking tot de beslissing inzake de proceskosten en het ontbreken van een beslissing inzake het griffierecht,
- draagt het dagelijks bestuur van Cocensus op aan belanghebbende te vergoeden het griffierecht dat belanghebbende voor de behandeling van het beroep in cassatie heeft betaald van € 136,
- draagt de heffingsambtenaar van de gemeente Dijk en Waard op aan belanghebbende te vergoeden het bij het Hof betaalde griffierecht ter zake van de behandeling van de zaak voor het Hof van € 134,
- veroordeelt het dagelijks bestuur van Cocensus in de kosten van belanghebbende voor het geding in cassatie, vastgesteld op € 1.750 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand, en
- veroordeelt de heffingsambtenaar van de gemeente Dijk en Waard in de kosten van belanghebbende voor het geding voor het Hof, vastgesteld op € 1.750 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren M.T. Boerlage en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 15 maart 2024.

Voetnoten

2.Thans: Dijk en Waard.
3.HR 18 augustus 2023, ECLI:NL:HR:2023:1052.