Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
16 januari 2024.
Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor poging tot doodslag in 2019 tijdens een verkeersruzie in Wadenoijen en het voorhanden hebben van drie (hagel)geweren. Tegen dit arrest stelde de verdachte beroep in cassatie bij de Hoge Raad.
Echter heeft de verdachte geen cassatiemiddelen ingediend binnen de wettelijk voorgeschreven termijn, waardoor het beroep niet ontvankelijk is. De Hoge Raad toetst alleen ontvankelijke beroepen, en verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk.
De uitspraak is gedaan door de raadsheer C.N. Dalebout en de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter tijdens een openbare terechtzitting op 16 januari 2024. Er is geen inhoudelijke beoordeling van de zaak gegeven vanwege de niet-ontvankelijkheid.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet indienen van cassatiemiddelen binnen de wettelijke termijn.