Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige
4.Beslissing
19 maart 2024.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin de verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van schuldwitwassen van een perceel grond en een zomerhuis in Turkije. De verdediging had verzocht om het horen van een getuige in Turkije, wat het hof had afgewezen omdat het gelijktijdig willen doen van uitspraak in meerdere strafzaken zou leiden tot onaanvaardbare vertraging.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof deze afwijzing niet voldoende heeft gemotiveerd. Uit het proces-verbaal van de raadsheer-commissaris blijkt dat de getuige ruim een maand voor de beslissing beschikbaar was, maar het verhoor niet doorging door een misverstand over het tijdsverschil. Bovendien waren de Turkse autoriteiten en de getuige bereid tot medewerking aan een nieuwe datum.
De Hoge Raad stelt dat het oordeel van het hof dat het onaannemelijk was dat de getuige binnen een aanvaardbare termijn kon worden gehoord, niet zonder meer begrijpelijk is. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en wijst de zaak terug naar het hof Arnhem-Leeuwarden voor hernieuwde berechting en afdoening.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.