ECLI:NL:HR:2024:421
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens gebrek aan vertegenwoordigingsbevoegdheid
De Hoge Raad behandelde het beroep in cassatie ingesteld door J.T. Folkeringa tegen een uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Bij het instellen van het beroep in cassatie werd een machtiging overgelegd, maar deze bleek onvoldoende om de vertegenwoordigingsbevoegdheid van de indiener aan te tonen.
De griffier van de Hoge Raad verzocht de indiener binnen vier weken een bewijsstuk te overleggen waaruit de bevoegdheid bleek, of een verklaring van de partij die het beroep in cassatie zou hebben ingesteld. Dit verzoek werd verzonden per aangetekende brief, die terugkeerde wegens onbestelbaarheid, waarna het alsnog per gewone brief werd verzonden.
De indiener heeft niet gereageerd met de gevraagde stukken. De Hoge Raad concludeerde daarom dat de indiener niet bevoegd was om het beroep in cassatie namens de partij in te stellen en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van vertegenwoordigingsbevoegdheid.