ECLI:NL:HR:2024:449

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 april 2024
Publicatiedatum
15 maart 2024
Zaaknummer
23/02381
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 317 lid 1 SrArt. 284 lid 1 sub 1 SrArt. 81 lid 1 Wet RO
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in zaak afpersing en dwang

De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor meermalige afpersing en dwang. Tegen dit arrest stelde de verdachte cassatieberoep in bij de Hoge Raad. Namens de verdachte diende advocaat J.O.A.N. de Vries een cassatiemiddel in. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het beroep. De raadsvrouw van de verdachte reageerde hier schriftelijk op.

De Hoge Raad heeft de klachten van de verdachte beoordeeld maar oordeelde dat deze niet tot vernietiging van het hofarrest konden leiden. De Hoge Raad zag geen noodzaak om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de klachten geen vragen van belang voor de rechtsontwikkeling of rechtsvorming bevatten, zoals bedoeld in artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

Het verzoek van de verdachte om het horen van zes getuigen werd eveneens afgewezen. Uiteindelijk heeft de Hoge Raad het cassatieberoep verworpen. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president M.J. Borgers en de raadsheren M. Kuijer en C.N. Dalebout op 16 april 2024.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/02381
Datum16 april 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 7 juni 2023, nummer 21-004811-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.O.A.N. de Vries, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsvrouw van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
16 april 2024.