ECLI:NL:PHR:2024:95
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep wegens afwijzing getuigenverzoeken in afpersingszaak
De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor meervoudige afpersing en dwang, met een gevangenisstraf van 48 maanden, waarvan 18 maanden voorwaardelijk. In hoger beroep verzocht de verdediging om het horen van zestien getuigen, waaronder zes specifieke getuigen à décharge, die konden verklaren over de sfeer in de woning van de slachtoffers en de gedragingen die aan verdachte werden toegerekend.
Het hof wees deze verzoeken op drie momenten af (tussenarrest 4 februari 2020, terechtzittingen 29 april 2021 en 24 mei 2023), met motivering dat de verklaringen van deze getuigen onvoldoende relevant waren voor de bewezenverklaring en dat de verdachte niet in zijn verdediging werd geschaad. De Hoge Raad bevestigt dat het criterium van het verdedigingsbelang en het noodzakelijkheidscriterium juist zijn toegepast en dat het hof niet onbegrijpelijk heeft geoordeeld.
De verdediging voerde aan dat de getuigen aanwezig waren bij de tenlastegelegde gedragingen en dat hun verklaringen ontlastend zouden zijn, maar dit werd niet aannemelijk gemaakt. Ook het argument dat het hof op ontoelaatbare wijze was vooruitgelopen op de verklaringen van getuigen faalde. De Hoge Raad concludeert dat de afwijzing van de getuigenverzoeken begrijpelijk en voldoende gemotiveerd is en verwerpt het cassatieberoep.
Uitkomst: Cassatieberoep verworpen; afwijzing verzoeken tot het horen van zes getuigen bevestigd.