ECLI:NL:HR:2024:463

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 maart 2024
Publicatiedatum
21 maart 2024
Zaaknummer
22/03114
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 438 Rv
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in executiegeschil over beslag op intellectuele eigendomsrechten

In deze zaak stond een executiegeschil centraal waarbij beslag was gelegd op intellectuele eigendomsrechten. De Russische staatsonderneming FKP Sojuzplodoimport voerde cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag dat haar beslag op deze rechten betrof.

De kernvraag betrof of een procedure tot vernietiging van arbitrale vonnissen op grond van artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie (RO) leidt tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het beslag. Tevens werd de vraag behandeld of de Russische Federatie als volledig rechthebbende aanspraak kan maken op immuniteit van executie.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van FKP onvoldoende waren om het arrest van het hof te vernietigen en dat het niet nodig was om de vragen over de eenheid of ontwikkeling van het recht te beantwoorden. Het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep van HVY werd niet behandeld omdat het principale beroep werd verworpen.

De Hoge Raad veroordeelde FKP tot betaling van de proceskosten en sprak het arrest uit in aanwezigheid van vijf raadsheren, waarbij A.E.B. ter Heide de uitspraak deed.

Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde het arrest van het hof Den Haag.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer22/03114
Datum22 maart 2024
ARREST
In de zaak van
RUSSISCHE STAATSONDERNEMING FKP SOJUZPLODOIMPORT,
gevestigd te Moskou, Russische Federatie,
EISERES tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep,
hierna: FKP,
advocaat: [advocaat],
tegen
1. HULLEY ENTERPRISES LIMITED,
gevestigd te Nicosia, Cyprus,
2. VETERAN PETROLEUM LIMITED,
gevestigd te Nicosia, Cyprus,
3. YUKOS UNIVERSAL LIMITED,
gevestigd te Douglas, Isle of Man,
VERWEERSTERS in cassatie, eiseressen in het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep,
hierna: HVY,
advocaat: F.E. Vermeulen.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/09/596260 / KG ZA 20-670 van de rechtbank Den Haag van 27 oktober 2020;
b. het arrest in de zaak 200.292.064/01 van het gerechtshof Den Haag van 28 juni 2022.
FKP heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
HVY hebben voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor HVY mede door P.E. Ernste en A.G. Colenbrander.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep
De advocaat van FKP heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel in het principale beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).
Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep tot vernietiging van het arrest van het hof leidt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het principale beroep;
- veroordeelt FKP in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van HVY begroot op € 857,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, A.E.B. ter Heide, F.R. Salomons, G.C. Makkink en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op
22 maart 2024.