Uitspraak
(hierna: belanghebbende)
Hoge Raad
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch betreffende beschikkingen inzake dividendbelasting. De zaak betreft het hoger beroep van belanghebbende tegen uitspraken van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het cassatieberoep.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van het Hof. Daarbij heeft de Hoge Raad geen nadere motivering gegeven, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Ten aanzien van de proceskosten heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om belanghebbende te veroordelen. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en op 22 maart 2024 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is ongegrond verklaard en de uitspraak van het Gerechtshof bevestigd.