ECLI:NL:HR:2024:489

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 maart 2024
Publicatiedatum
22 maart 2024
Zaaknummer
23/02733
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5.1.11 SvArt. 552a SvArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep tegen beschikking inzake beklag over beslag op voorwerpen in rechtshulpverzoek

De zaak betreft een cassatieberoep van een klager tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam van 28 juni 2023, waarin het beklag over beslag op diverse voorwerpen werd afgewezen. Het beslag was gelegd naar aanleiding van een rechtshulpverzoek van Surinaamse autoriteiten. De klager betwistte de rechtmatigheid van het beslag en stelde dat de rechtbank een onjuiste maatstaf had gehanteerd bij de beoordeling van het beklag.

De Hoge Raad heeft de klachten van de klager beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Daarbij heeft de Hoge Raad overwogen dat het niet noodzakelijk is om de vragen die voor de eenheid of ontwikkeling van het recht van belang zijn te beantwoorden, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De advocaat-generaal had geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad heeft dit advies gevolgd en het beroep verworpen. De beschikking is uitgesproken door de vice-president Borgers, met raadsheren Kooijmans en Posthumus, tijdens een openbare terechtzitting op 26 maart 2024.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het beklag over het beslag wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/02733 Br
Datum26 maart 2024
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam van 28 juni 2023, nummer RK 23/004133, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 5.1.11 in samenhang met artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968,
hierna: de klager.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft E. de Witte, advocaat in Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
26 maart 2024.