Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
26 maart 2024.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch over medeplegen van poging tot diefstal met braak in een hennepkwekerij in Ossendrecht. Het hof had vastgesteld dat verdachte samen met anderen een plan had om in te breken en hennep te stelen, waarbij aanvankelijk een vrouw de deur zou openen. Toen dat niet gebeurde, werd besloten tot inbraak.
De Hoge Raad oordeelt dat het bewijs niet voldoende is om vast te stellen dat verdachte op de hoogte was van het oorspronkelijke plan of van het gewijzigde plan tot inbraak. Hoewel een verklaring van een getuige vermeldt dat 'iedereen' bij een parkeerplaats uitstapte en sprak, blijkt uit andere bewijsmiddelen dat verdachte alleen werd opgehaald om hennep te knippen, niet uit de auto stapte en het huis niet heeft gezien.
Daarom is de bewezenverklaring ontoereikend gemotiveerd. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof voor zover het subsidiair ten laste gelegde en de strafoplegging betreft en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting wegens onvoldoende bewijs van medeplegen.