ECLI:NL:HR:2024:522

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 april 2024
Publicatiedatum
4 april 2024
Zaaknummer
23/04302
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 38 lid 10 Wzd
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake verlenging machtiging opname op grond van Wzd na aanwijzing als zorgmachtiging Wvggz

Betrokkene heeft cassatieberoep ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 7 augustus 2023, waarin een verzoek tot verlenging van een machtiging tot opname en verblijf op grond van de Wet zorg en dwang (Wzd) werd behandeld. De rechtbank had het verzoek bij tussenbeschikking aangemerkt als een verzoek om een zorgmachtiging zoals bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz).

De Centrale Indicatiestelling Zorg (CIZ) trad op als verweerder in cassatie maar heeft geen verweerschrift ingediend. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep moet worden verworpen. De advocaat van betrokkene heeft hier schriftelijk op gereageerd.

De Hoge Raad heeft de klachten van betrokkene beoordeeld en geoordeeld dat deze niet kunnen leiden tot vernietiging van de beschikking van de rechtbank. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om inhoudelijk op de klachten in te gaan, omdat beantwoording daarvan niet van belang is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. De Hoge Raad heeft het beroep derhalve verworpen.

De beschikking is gegeven door de vicepresident als voorzitter en vier raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer op 5 april 2024.

Uitkomst: Het cassatieberoep van betrokkene wordt verworpen en de beschikking van de rechtbank blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer23/04302
Datum5 april 2024
BESCHIKKING
In de zaak van
[betrokkene],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: betrokkene,
advocaat: G.E.M. Later,
tegen
CENTRUM INDICATIESTELLING ZORG,
gevestigd te Utrecht,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: CIZ,
niet verschenen.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak C/02/408706 / FA RK 23/1866 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 7 augustus 2023.
Betrokkene heeft tegen de beschikking van de rechtbank beroep in cassatie ingesteld.
CIZ heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.L.C.C. Lückers strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van betrokkene heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, F.J.P. Lock, G.C. Makkink en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op
5 april 2024.