ECLI:NL:HR:2024:537

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 april 2024
Publicatiedatum
4 april 2024
Zaaknummer
23/04265
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht

Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch. De griffier van de Hoge Raad wees belanghebbende bij aangetekende brief op de verplichting tot betaling van griffierecht binnen vier weken. Ondanks ontvangst van deze brief werd het griffierecht niet tijdig voldaan.

De Hoge Raad gaf belanghebbende vervolgens de mogelijkheid om te verklaren waarom het griffierecht niet op tijd was betaald. De ingediende verklaring bood geen grond om het verzuim ongedaan te maken. Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht werd het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk verklaard.

Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het te laat betaalde griffierecht werd terugbetaald aan belanghebbende. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 5 april 2024.

Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige betaling van het griffierecht.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer23/04265
Datum5 april 2024
ARREST
op het door [X] (hierna: belanghebbende), vertegenwoordigd door J.L.M. van Reijnen, ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 20 september 2023, nr. 22/00796.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 21 december 2023 gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling daarvan een termijn van vier weken gesteld. Deze brief is volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres. Het griffierecht is niet binnen de gestelde termijn voldaan.
De griffier van de Hoge Raad heeft op 1 februari 2024 een bericht in het digitaal dossier van belanghebbende geplaatst waarbij belanghebbende in de gelegenheid is gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet tijdig is betaald. Hetgeen belanghebbende in zijn via het webportaal van de Hoge Raad ingediende brief van 29 februari 2024 aanvoert, vormt geen grond voor het oordeel dat belanghebbende niet in verzuim is geweest.
Het beroep in cassatie moet daarom op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb niet-ontvankelijk worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 5 april 2024.
Het door belanghebbende na het verstrijken van de termijn als griffierecht betaalde bedrag van € 136 wordt door de griffier van de Hoge Raad aan belanghebbende terugbetaald.