ECLI:NL:HR:2024:537
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch. De griffier van de Hoge Raad wees belanghebbende bij aangetekende brief op de verplichting tot betaling van griffierecht binnen vier weken. Ondanks ontvangst van deze brief werd het griffierecht niet tijdig voldaan.
De Hoge Raad gaf belanghebbende vervolgens de mogelijkheid om te verklaren waarom het griffierecht niet op tijd was betaald. De ingediende verklaring bood geen grond om het verzuim ongedaan te maken. Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht werd het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het te laat betaalde griffierecht werd terugbetaald aan belanghebbende. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 5 april 2024.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige betaling van het griffierecht.