ECLI:NL:HR:2024:546

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 april 2024
Publicatiedatum
4 april 2024
Zaaknummer
22/01299
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in omzetbelastingzaak tegen Minister van Financiën van Curaçao

Belanghebbende, een besloten vennootschap, had beroep ingesteld tegen een beschikking van de Minister van Financiën van Curaçao betreffende teruggaaf van omzetbelasting. Na een uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, werd in hoger beroep door het Gemeenschappelijk Hof beslist.

Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad, die de klachten tegen het arrest van het Hof heeft beoordeeld. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet konden leiden tot vernietiging van de uitspraak van het Hof en zag geen noodzaak om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de vragen niet relevant waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

De Hoge Raad wees ook een veroordeling in proceskosten af en verklaarde het cassatieberoep ongegrond. Hiermee blijft de uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof ongewijzigd van kracht.

Deze uitspraak betreft een bestuursrechtelijke en belastingrechtelijke procedure over de teruggaaf van omzetbelasting, waarbij de Hoge Raad een belangrijke rol vervult in de toetsing van lagere rechterlijke uitspraken.

Uitkomst: Het beroep in cassatie is ongegrond verklaard en de uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer22/01299
Datum5 april 2024
ARREST
in de zaak van
[X] B.V. (hierna: belanghebbende)
tegen
de MINISTER VAN FINANCIËN VAN CURAÇAO
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 10 februari 2022, nr. CUR2019H00405, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (BBZ nr. CUR201802920) betreffende een ten aanzien van belanghebbende gegeven beschikking op een verzoek om teruggaaf van omzetbelasting.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende, vertegenwoordigd door Y.E.J. Geradts, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt en M.A. Fierstra, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 5 april 2024.