Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
9 april 2024.
Hoge Raad
In deze strafzaak heeft de verdachte op 7 februari 2023 cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch. De raadsman van de verdachte diende de cassatieschriftuur echter alleen per post in, terwijl sinds 1 januari 2023 het digitale procederen via het webportaal van de Hoge Raad verplicht is voor strafzaken.
De Hoge Raad stelde vast dat het indienen van de schriftuur niet voldeed aan artikel 432a Sv en de relevante bepalingen van het Procesreglement Hoge Raad, waaronder artikelen 4.2.4 en 4.3.3.3. Hoewel de raadsman de gelegenheid kreeg het verzuim te herstellen, werd hiervan geen gebruik gemaakt.
Hierdoor kon de Hoge Raad het cassatieberoep niet in behandeling nemen en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Dit arrest onderstreept het belang van het naleven van de digitale indieningsplicht bij cassatie in strafzaken.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard vanwege het niet digitaal indienen van de schriftuur via het webportaal.