Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
”
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte is door het gerechtshof veroordeeld wegens belaging en stelde cassatieberoep in. Sinds 1 januari 2023 geldt bij de Hoge Raad de verplichting om processtukken digitaal via het webportaal in te dienen. In deze zaak is de cassatieschriftuur per post ingediend, wat niet conform de nieuwe digitale procedure is.
De advocaat van de verdachte werd op dit verzuim gewezen en kreeg de mogelijkheid om het alsnog via het webportaal in te dienen, maar heeft dit nagelaten. De termijn voor het indienen van de schriftuur via het webportaal is verstreken zonder dat een geldige indiening heeft plaatsgevonden.
Op grond van de geldende wet- en regelgeving, waaronder artikel 432a Sv en het Procesreglement Hoge Raad, leidt het niet-naleven van de digitale indieningsplicht tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep. De Hoge Raad verklaart de verdachte dan ook niet-ontvankelijk.
Uitkomst: De verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet digitaal indienen van de cassatieschriftuur.