Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beoordeling van het cassatiemiddel
4.Beslissing
9 april 2024.
Hoge Raad
De zaak betreft een beklag tegen beslaglegging op een grote hoeveelheid vuurwerk, een iPhone, twee laptops, contante geldbedragen en tegoeden op privérekeningen van de klager, verdacht van illegale vuurwerkhandel en witwassen.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het klaagschrift van de klager ongegrond en handhaafde het beslag. De Hoge Raad constateerde dat het beslag op het vuurwerk inmiddels was opgeheven en verklaarde het cassatieberoep daarvoor niet-ontvankelijk. Voor de overige voorwerpen werd het beroep inhoudelijk behandeld.
De rechtbank had geoordeeld dat het strafrechtelijk onderzoek nog loopt, mede doordat de klager weigerde toegangscodes te verstrekken, en dat het strafvorderlijk belang voortzetting van het beslag rechtvaardigt. Ook werd overwogen dat de persoonlijke belangen van de klager niet zwaarder wegen dan het strafvorderlijk belang. De Hoge Raad bevestigde deze motivering en verwierp het cassatieberoep.
Verder merkte de Hoge Raad op dat nieuwe ontwikkelingen na de behandeling van het klaagschrift in cassatie niet kunnen worden betrokken, maar dat de klager een nieuw klaagschrift kan indienen indien hij aanvullend wordt gehoord. De beschikking werd uitgesproken door vice-president Borgers en raadsheren Kuijer en Dalebout.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard voor het vuurwerk en verworpen voor de overige inbeslaggenomen goederen, waardoor het beslag op deze goederen blijft gehandhaafd.