ECLI:NL:HR:2024:582
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 2 november 2023. De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van dit beroep. Uit de processtukken bleek dat het beroepschrift op 24 januari 2024 bij de Hoge Raad was ontvangen, terwijl de termijn van zes weken, zoals gesteld in artikel 6:7 Awb Pro, op 21 december 2023 was verstreken.
De Hoge Raad heeft belanghebbende in de gelegenheid gesteld om redenen aan te voeren voor de overschrijding van de beroepstermijn. De door belanghebbende aangevoerde omstandigheden waren echter onvoldoende om het verzuim te rechtvaardigen. Daarom werd het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard.
Daarnaast zag de Hoge Raad geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 12 april 2024 door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad, in aanwezigheid van de waarnemend griffier.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.